![]() | ||
Praktijk 'de Merel' |
De temperatuurtest
Waarom een temperatuurtest?De schildklier kan worden vergeleken met een thermostaat van een kachel. Het lichaam is dan de kachel. Door het meten van de lichaamstemperatuur, wil je vaststellen of de schildklierhormonen hun activiteit goed kunnen uitoefenen. Je kunt soms voldoende schildklierhormonen in je bloed hebben, maar dat wil niet zeggen dat ze hun werk goed kunnen doen, op de plek waar ze hun werk horen te doen, namelijk in de cellen van het lichaam. (Ze doen hun werk niet in het bloed en daarom zijn bloedtesten niet optimaal.) Hoe doe je de temperatuur test?Leg voor het slapengaan een thermometer klaar. Een kwik- of thermometer met alcohol geeft bij deze test een meer betrouwbare uitslag dan een digitale thermometer, omdat het bij een niet-digitale thermometer langer duurt voor de thermometer afgelezen kan/ moet worden. Een oorthermometer wordt nog minder betrouwbaar geacht. Sla een niet-digitale thermometer 's avonds alvast naar beneden. Meet de volgende morgen, voordat je actief wordt en gaat opstaan, de lichaamstemperatuur door een niet-digitale thermometer 10 minuten onder de oksel te klemmen of een digitale thermometer tot het signaal komt dat de meting afgerond is. Beweeg zo min mogelijk, sta niet op uit bed, blijf rustig liggen. Doe deze test op drie verschillende dagen. Menstruerende vrouwen kunnen de test, vanwege temperatuurschommelingen in hun maandelijkse periode, het beste doen op de tweede t/m vierde dag na het begin van hun menstruatie. Bij de eisprong wordt de basale temperatuur een graad hoger, dus men moet de meting minstens een week voor de eisprong doen. Interpretatie gemeten temperaturen:Toelichting bij meting okseltemperatuurDe okseltemperatuur is moeilijker correct op te nemen dan de rectale temperatuur (in de anus). De okseltemperatuur wordt relatief snel beïnvloed door de temperatuur van de huid. Als je bijvoorbeeld een kwartiertje met je handen onder je hoofd hebt gelegen, dan kan dit resulteren in een koudere huid onder de oksel en dus een lagere temperatuur. Als je twijfels hebt bij de meting, neem dan ook de temperatuur rectaal op. Deze mag niet meer dan 0,7 graden hoger zijn dan de okseltemperatuur. Als dit wel het geval is, dan is de gemeten okseltemperatuur niet betrouwbaar en moet niet worden meegenomen in de beoordeling van de activiteit van de schildklierhormonen. Veel bewegen voor het meten van de (oksel)temperatuur geeft ook een onjuist beeld van de basale temperatuur, omdat beweging leidt tot een lichte verhoging van de lichaamstemperatuur. Als men in de vroege ochtend op moet staan om naar het toilet te gaan, dan is dit geen probleem als het toiletbezoek tenminste 1 uur voor de meting heeft plaatsgevonden. Veel reguliere artsen vinden opname van okseltemperatuur te onbetrouwbaar om bovengenoemde redenen. Maar de onderzoeken van Broda Barnes (grondlegger van deze methode) zijn allemaal gedaan op basis van de okseltemperatuur. De resultaten van die onderzoeken zijn nodig/ zinvol om tot een goede beoordeling te komen van de temperatuur in relatie tot het functioneren van schildklierhormonen.
| |
|
© Natuurgeneeskunde-praktijk.nl 2003 - 2010 | ||