![]() | ||
Praktijk 'de Merel' |
Diagnose en normaalwaarden schildklier:LaboratoriumuitslagenBalans tussen schildklierhormonen T4 en T3 Medicijnen bij schildklieraandoeningen Temperatuurmethode Meningsverschillen over TSH LaboratoriumuitslagenBij laboratoriumonderzoek wordt de gevonden hoeveelheid vergeleken met 'normale waarden'. Bij onderzoek naar de functie van de schildklier zijn er echter de nodige meningsverschillen wat de normale waarden moeten zijn, van de hoeveelheden schildklierhormonen in het bloed. Daarom staat bij onderstaande waarden de informatiebron vermeld. Bij onderzoek in laboratorium A kan de uitslag zijn dat de functie van je schildklierhormonen te laag is en in laboratorium B kan het zijn dat dezelfde uitslag als normaal wordt beoordeeld. De samenwerkende artsenlaboratoria streven ernaar hier meer eensgezindheid over te krijgen. Als uw klachten wijzen op hypothyreoïdie (een te lage functie van de schildklierhormonen) wordt bepaald hoe hoog de waarde van TSH in het bloed is. Onder de lijst getallen vindt u uitleg over de betekenis van de afkortingen.
Balans tussen schildklierhormonenAls er klachten zijn die wijzen op een lage activiteit van de schildklier, dan laat de huisarts meestal als eerste de TSH-waarde onderzoeken in het bloed. TSH betekent Thyroïd Stimulerend Hormoon; Thyroïd is de Latijnse naam voor schildklier. Dit hormoon wordt gemaakt in de hersenen en moet de schildklier aanzetten om schildklierhormonen te gaan maken. Als de waarde van TSH laag is, wordt de schildklier weinig geactiveerd om schildklierhormonen aan te maken. Dit kan een indicatie zijn voor een te hoge activiteit van de schildklierhormonen. De hersenen geven om die reden geen activerend hormoon meer af voor de schildklier. Als de schildklierhormonen niet voldoende in het bloed aanwezig zijn, moet het TSH de schildklier activeren en dus relatief hoog zijn. Als er vervolgens voldoende schildklierhormonen zijn, gaat de TSH weer zakken; de schildklier hoeft dan een tijdje niet meer geactiveerd te worden. Zo is de hele regulering van hormonen in het lichaam. Een hormonale stof uit de hersenen activeert een klier. Die klier maakt de gewenste hormonen. Als die voldoende aanwezig zijn, gaat er een signaal naar de hersenen dat het activerende hormoon niet meer hoeft worden aangemaakt. En als de hoeveelheid van de hormonen in het bloed onder een bepaald niveau zakt, gaat er weer een signaal naar de hersenen, dat het stimulerende hormoon weer moet worden aangemaakt. Als de waarde van TSH erg hoog is, moet de schildklier ongezond hard gestimuleerd worden om de normale hoeveelheden schildklierhormonen in het bloed te brengen. Dus hoge TSH-waarden zijn voor de arts een alarmsignaal, dat er iets mis is met de aanmaak van schildklierhormonen. T4 en T3T4 is de weinig actieve vorm van het schildklier hormoon en T3 is de actievere vorm ervan. Er is ongeveer 80% T4 en 20% T3. Het lichaam moet T4 omzetten in T3, als ze schildklieractiviteiten wil uitvoeren. Dus om werkelijk te zien of de aanmaak en omzetting van schildklierhormonen goed is, is FT3 (vrij T3) de enige belangrijke waarde. Dat hormoon is actief en vrij in staat zijn functie uit te oefenen. Het is echter instabiel en daarom slecht meetbaar. Daarom behelpt de wetenschap zich met een meting van de tweede keus, namelijk FT4. Voor de aanmaak van T4 zijn bepaalde voedingsstoffen nodig (jodium, tyrosine, ijzer en zink). Voor de omzetting van T4 naar T3 zijn ook voedingsstoffen nodig (jodium, zink, selenium en een beetje koper). Ook moeten bepaalde enzymen een bijdrage leveren aan die omzetting. Enzymen kunnen echter alleen maar goed functioneren bij een bepaalde zuurgraad van het bloed en bij een goede lichaamstemperatuur. Daarnaast moet er niet teveel van het bloedsuikerhormoon insuline zijn of van het stresshormoon cortisol, want die remmen de omzetting van T4 in T3. Bij sommige mensen lukt die omzetting van T4 naar T3 niet zo goed, omdat aan een deel van bovenstaande voorwaarden niet kan worden voldaan. Er kunnen echter ook auto-immuunprocessen in het lichaam gaande zijn, die gericht zijn tegen de celreceptoren. Celreceptoren zijn een soort deurbel, waarop de cel moeten reageren om zich open te stellen voor de werking van hormonen. Bij slecht functionerende celreceptoren kunnen er wel voldoende schildklierhormonen zijn, maar kunnen die hun functie toch niet uitvoeren. Antistoffen tegen celreceptoren voor TSH zijn te vinden via bloedonderzoek. Medicijnen voor de schildklierHet medicijn Thyrax is de T4 vorm. Als de omzetting naar de actieve T3-vorm bij u niet zo goed lukt, dan helpt dit medicijn u dus niet. De omzetting van T4 naar T3 kan op meer plaatsen in het lichaam plaatsvinden. Soms verloopt de omzetting in de hersenen wel goed en verdwijnen de klachten daar wel bij gebruik van Thyrax, maar verloopt het in de rest van het lichaam maar heel minimaal. Vermoeidheid kan dan een klacht zijn die blijft bestaan. Het medicijn Citomel is de actieve T3 vorm. Maar die actieve vorm is niet zo'n stabiele stof. De ene patiënt doet het er prima op, de andere niet. Als er auto-immuunprocessen zijn, met voldoende T3 en T4, die echter hun werk niet kunnen doen, dan zijn beide medicijnen niet effectief. Temperatuurmethode om functie schildklier te metenIn het inleidende stuk over de schildklier werd dit orgaan vergeleken met een thermostaat. De lichaamstemperatuur wordt voor een belangrijk deel bepaald door de activiteit van de schildklierhormonen. Als er sprake is van een slechte omzetting van T4 naar T3, of als er een auto-immuunproces is wat de functie van de schildklierhormonen remt, dan kan 'het kacheltje' niet goed worden opgestookt. Voor de omzetting van T4 naar T3 waren ook enzymen nodig die alleen goed functioneren bij een voldoende hoge lichaamstemperatuur (36,4 of hoger). Als de lichaamstemperatuur te laag is, dan kom je in een vicieuze cirkel terecht, omdat de enzymen slecht functioneren bij een te lage temperatuur. Die lichaamstemperatuur laat dus enerzijds zien dat de schildklierhormonen hun werk goed kunnen uitvoeren (=kacheltje opstoken) en anderzijds is het belangrijk te ontdekken dat de temperatuur te laag is, omdat dit één van de redenen is dat de omzetting van de weinig actieve T4 naar de actieve T3 niet goed lukt. Informatie over de toepassing van de temperatuurmethode vindt u hier.
Meningsverschillen over de TSH-waardenOver de normaalwaarden van met name T.S.H. verschillen de meningen. Kamsteeg (een biochemicus met een eigen laboratorium) en anderen pleiten voor een maximale referentiewaarde van 2,5 mU/liter. Veel patiënten met symptomen die duiden op hypothyreoïdie, vallen namelijk binnen de referentiewaarden en de oorzaak van hun klachten wordt daardoor niet ontdekt. Bron: "HPU, en dan", geschreven door J. Kamsteeg. De gangbare opvatting is dat in de huisartspraktijk bij diagnostiek en controle van schildklierfunctie kan worden volstaan met de TSH bepaling. Hoe jonger men is, hoe hoger de waarden horen te zijn. Als vrouwen van circa 20 jaar nog maar een waarde van 1,0 mU/liter hebben, valt dit onder de normale waarden, maar het kan wel samenhangen met een verhoogd risico op onvruchtbaarheid. Een waarde van 1,0 mU/liter zou je normaal verwachten bij mensen van 60 à 70 jaar. Overigens is er discussie over de betrouwbaarheid van de HPU-test die door het laboratorium van dhr. Kamsteeg wordt aangeboden. Een rechtszaak die door hem werd aangespannen tegen 2 artsen die kritiek hadden op deze test, werd door dhr. Kamsteeg verloren. | |
|
© Natuurgeneeskunde-praktijk.nl 2003 - 2010 | ||